C10 LEGAL

Privaatrecht

Het Privaatrecht, ook wel het Burgerlijk recht of het Civiel recht genoemd. Dat rechtsgebied wordt beschreven in het Burgerlijke Wetboek (BW).

Het Privaatrecht wordt duidelijker als men het rechtsgebied Bestuursrecht kent, want het regelt de zaken die niet specifiek overheidstaken zijn. Meestal zijn het burgers en/of organisaties die partij zijn.

Wanneer een burger of een organisatie meent te zijn benadeeld dan zal deze dat zelf moeten oppakken en indien dat niet het gewenste effect heeft zich tot de rechter moeten wenden. Dat vraagt een actieve houding. Er is geen overheidsinstantie die je nog op die mogelijkheid wijst.

Indeling Burgerlijk Wetboek

Het Burgerlijk Wetboek is in boeken verdeeld, die de volgende onderwerpen betreffen:

·    Boek 1: Personen- en Familierecht

·    Boek 2: Rechtspersonen

·    Boek 3: Vermogensrecht in het algemeen

·    Boek 4: Erfrecht

·    Boek 5: Zakelijke rechten

·    Boek 6: Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht

·    Boek 7: Bijzondere overeenkomsten

·    Boek 7A: Bijzondere overeenkomsten

·    Boek 8: Verkeersmiddelen en vervoer

·    Boek 10: Internationaal privaatrecht

Een willekeurig voorbeeld is bijvoorbeeld de verjaring van onroerend goed. Die regels treft u voor een belangrijk deel aan in boek 3 (3:99, 3:105 - 106 BW). Welke omgangsvormen, rechten en plichten gelden tussen buren zijn deels terug te vinden in boek 5 (5:37 - 5: 59 BW). Waar overeenkomsten aan moeten voldoen en hoe u met niet-nakoming om gaat, treft u aan in boek 6, 7 en 7A. Zo zijn er talloze onderwerpen die in het BW zijn omschreven.

Het komt ook voor dat een situatie juridisch iets minder duidelijk is. Dan zal de rechter een afweging moeten maken. Die uitspraken (jurisprudentie) kunnen ook relevant zijn aangezien men in soortgelijke zaken daar naar kan verwijzen.

 

Bestuursrecht

Het Bestuursrecht wordt ook wel Publiekrecht of het Administratief recht genoemd. Dit rechtsgebied kent regels die specifiek gericht zijn op de overheid. Gedacht moet worden aan verkeer, milieu, ruimtelijke ordening, bouwrecht, sociale zekerheid etc.

De algemene regels waar een overheid zich aan heeft te houden staan in de Algemene wet bestuursrecht (afgekort Awb). Voor juristen is dit een belangrijke wet, omdat de regels die hierin staan vrijwel altijd van toepassing zijn, naast de regels die in de bijzondere wet staan. Belangrijke begrippen die in de Awb staan zijn de begrippen ‘belanghebbende’ (1:2 lid 1 Awb) en ‘besluit’ (1:3 Awb). De Awb geeft bijvoorbeeld regels over de toekenning van subsidies (4:21 lid 1 Awb) en het maken van bezwaar.

Belangrijke algemene criteria in de Awb zijn de zogenaamde Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (afgekort de abbb). Die zijn grotendeels genoemd in de wet en een enkele is ontstaan na een rechterlijke uitspraak (jurisprudentie). Het voert te ver om hier uitgebreid op in te gaan, maar dit zijn gedragsregels die de overheid altijd in acht heeft te nemen. De meest voorkomende zijn:

•    Zorgvuldigheidsbeginsel;

•    Gelijkheidsbeginsel;

•    Rechtszekerheidsbeginsel;

•    Verbod misbruik van bevoegdheid (détournement de pouvoir);

•    Vertrouwensbeginsel;

•    Motiveringsbeginsel;

•    Evenredigheidsbeginsel.

De Awb regelt bovendien via de instrumenten van mandaat, delegatie en attributie de interne bevoegdheidsverdeling in een overheidsorganisatie. Verder heeft de wet belangrijke instrumenten aan de overheid toegekend om de regels te handhaven (hoofdstuk 5 titel 1 en verder).

Daar waar de overheid handelingen verricht die een bedrijf ook verricht, dan is zij (tevens) gehouden aan de regels van het Privaatrecht.

 

Aanbestedingsrecht

In het aanbestedingsrecht zijn vooral overheden en overheidsgerelateerde bedrijven (‘aanbestedende diensten’) gehouden om organisaties in de gelegenheid te stellen gedurende een bepaalde tijd in te schrijven op een opdracht. Men kan dan een offerte indienen. Daarbij moet de inschrijver voldoen aan de voorwaarden die de opdrachtgever de geïnteresseerden meegeeft. Na een selectie van de gegadigden wordt de opdracht al dan niet aan een inschrijver gegund. 

Indien de opdracht een bepaalde waarde vertegenwoordigd, dan moet de aanbestedende dienst aanbesteden. Daartoe zijn drempelwaarden vastgesteld.  Een opdracht kan bestaan uit een ‘werk’, ‘dienst’ of ‘levering’. Soms is dat wat minder makkelijk vast te stellen. Die vaststelling is nodig, omdat er voor elke categorie verschillende drempelbedragen en regels gelden.

De EU heeft aanbestedingsrichtlijnen opgesteld voor de ‘aanbestedingsplichtige diensten’. Die richtlijnen moeten de landen vertalen naar eigen aanbestedingswetgeving. In Nederland is dat de Aanbestedingswet 2012. Verder zijn er reglementen die de aanbestedende diensten kunnen hanteren bij het verder uitvoering geven aan de aanbesteding.

Aanbestedingsvormen

De meest voorkomende vormen van een aanbesteding zijn:

•   openbare aanbesteding;

•   niet-openbare aanbesteding;

•   concurrentie gerichte dialoog;

•   onderhandelingsprocedure met bekendmaking;

•   onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking;

•   onderhandse aanbesteding;

•   enkelvoudige uitnodiging.

 Als gemeld worden er selectiecriteria gehanteerd waar inschrijvers aan moeten voldoen. In de fase van de gunning zijn er twee criteria mogelijk: de laagste prijs of de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI).

 Meer algemeen zijn er in het aanbestedingsrecht algemene beginselen van toepassing waar de aanbestedende diensten zich aan moeten houden. In de loop der jaren is er aardig wat jurisprudentie ontstaan, wat ook relevant is bij het beoordelen van situaties.

   
    
    
 

C10 Legal (Zwolle), info@c10legal.nl, 06 - 11 266 111

   

 

C10 LEGAL
info@c10legal.nl